Skip to Content

BLOG
B
BLOG

'Een beetje gedoe'. Het eufemisme van dit jaar?

Een beetje gedoe - Is deze uitspraak van Rutte het eufemisme van het jaar

Het bezoek dat de zestien topmensen uit het bedrijfsleven vorige week brachten aan premier Rutte in het Catshuis werd gedurende de afgelopen week in verschillende media afgedaan als een relatie-‘probleempje’. Premier Rutte kwam met een eenvoudige boodschap aan het adres van het internationale bedrijfsleven: ‘Laat eens wat vaker je publieke gezicht zien, dat komt de relatie tussen het bedrijfsleven, de samenleving en de Tweede Kamer zeer ten goede’.  

Het klinkt te mooi om waar te zijn, zo’n eenvoudige remedie. We zouden bijna vergeten dat het land zich nog aan het herstellen is van een financiële crisis waarin het bedrijfsleven en de overheid een grote rol van betekenis hebben gespeeld.

 

Verborgen oorzaken

Er zit iets raars aan deze ‘zandbak’-discussie waar leden van het binnenhof en het bedrijfsleven elkaar de maat nemen en elkaar over en weer beschuldigen. Hun gedrag suggereert oorzaken die complexer van aard zijn dan het relationele ‘dingetje’ waarover mensen als Ben Verwaayen (FD) en Rutte het hebben. Het ongemakkelijke gevoel dat me bekroop tijdens het lezen van de reeks artikelen in de afgelopen weken was dat die oorzaken niet of nauwelijks voor het voetlicht worden gebracht. Alsof over de lastige dilemma’s die erachter schuilgaan niet wordt gesproken. 

Zoals over de toenemende internationalisering van de top van het Nederlandse bedrijfsleven, terwijl politiek en samenleving ze herinneren aan hun nationale wortels. Of over de complexiteit van het criminele witwas-probleem waarnaar ex-commissaris Breukink van de ING verwijst en impliceert dat het kabinet en de Tweede Kamer zich er wel erg gemakkelijk van af maken. Of over de risico’s die het bedrijfsleven afwentelt op de Nederlandse samenleving door zelf baten te incasseren en de kosten op de Nederlandse burgers af te wentelen. 

De Amerikaanse socioloog Peter Marris wijst met zijn ‘theory of uncertainty’ op de ‘elite’  die onzekerheden op de lagere klasse afwentelt door haar eigen vrijheidsgraden zo groot mogelijk te houden en die van anderen te verkleinen. Het is opmerkelijk dat opeenvolgende regeringen, van links tot rechts, precies hetzelfde hebben gedaan als wat zij nu het bedrijfsleven verwijten.

  

Verantwoordelijkheid

De regering en het bedrijfsleven zijn op nog een aspect eensgezind, namelijk op hun stijl van besturen of governance. Deze stijl is nogal eenzijdig en legt nadruk op proces- en resultaat-indicatoren die weinig tot niets zeggen over de reële maatschappelijke effecten van beleid. De recente analyse in het NRC over hoe de witwaspraktijken binnen de ING mogelijk waren laten de beperkingen zien die compliance-medewerkers ervoeren om deze praktijken grondig aan te pakken. Ze hadden zich te voegen naar de kwantitatieve targets die ze opgelegd kregen om een x-aantal dossiers per dag af te wikkelen. 

Dezelfde tendens van kwantitatieve beleidssturing zie je terug bij de overheid dat beleid neerlegt bij lokale organisaties en instanties. Voldoen zij onvoldoende aan de prestatienormen die de overheid ze heeft opgelegd dan volgen sancties. Evenals de ING-casus laat zien, is de uitvoering van de overheid vaak onder-georganiseerd: te weinig mensen en middelen om taken effectief te kunnen uitvoeren. 

Maar dat is niet het punt waar het hier om gaat, want een gezonde spanning tussen doelen en middelen maakt organisaties ook creatief. Het probleem is dat zowel het kabinet als de top van een bedrijf zijn handen aftrekt van het probleem en niet langer zijn verantwoordelijkheid neemt, omdat het de oplossing ervan heeft overgedragen of gedelegeerd aan anderen. Maar morele verantwoordelijkheid kan niet worden afgewimpeld op anderen. Topbestuurders en politici moeten beseffen dat zij altijd aanspreekbaar blijven op onderwerpen waarvan zij geacht worden deze op te pakken. 

 

Afwentelen van risico’s

Dat ‘beetje gedoe’ rondom de relationele perikelen van het kabinet, de Tweede Kamer en de top van het bedrijfsleven gaat in mijn beleving over iets fundamentelers, namelijk over zeggenschapsverhoudingen en verantwoordelijkheden die aan het schuiven zijn. De risico’s hiervan worden in toenemende mate worden afgewenteld op groepen in de samenleving die daartegen niet of nauwelijks verweer hebben of een vuist weten te maken. 

Dit valt bijvoorbeeld te zien aan de tanende invloed van vakbonden. Zij vinden daarbij nog wel een stem in politici als Geert Wilders en Thierry Baudet, die ze de mogelijkheid biedt van wat de socioloog James Scott negatieve reciprociteit noemt: ‘een klap voor een klap’. Maar ook dat zet niet echt zoden aan de dijk. het straalt vooral machteloosheid uit tegenover ontwikkelingen die nauwelijks nog te stuiten lijken. 

 Het maakt geen sier dat overheid en bedrijfsleven ieder hun straatje proberen schoon te vegen, terwijl de samenleving ze vraagt om de grote vraagstukken, zoals klimaat, een rechtvaardige inkomensverdeling en milieu gezamenlijk op te pakken. Ik hoop dat de discussie op het Catshuis ook daarover is gegaan.

 

 

COMMENTS

ADD A COMMENT

Uw naam*

Uw E-mail adres*

Extra reacties*

Bent u een mens? U kunt dan de, in de afbeelding getoonde tekst overtypen:



This is a captcha-picture. It is used to prevent mass-access by robots. (see: www.captcha.net)